๐Š๐š๐š๐ฌ ๐๐ข๐ž ๐ซ๐ฎ๐ข๐ค๐ญ ๐š๐ฅ๐ฌ ๐ž๐ž๐ง ๐ค๐ฅ๐ข๐ฆ๐ฆ๐ž๐ซ ๐ง๐š ๐ž๐ž๐ง ๐ฐ๐ž๐ž๐ค ๐ก๐จ๐จ๐ ๐ ๐ž๐›๐ž๐ซ๐ ๐ญ๐ž

In het Valle dโ€™Aosta eten ze kaas. Veel kaas. Fontina, Taleggio, Gruyรจre, Gorgonzola, Gressoney, Provolone, Emmental, Tomini, Mozzarella en als je even zoekt vind je er ook ๐˜ง๐˜ฐ๐˜ณ๐˜ฎ๐˜ข๐˜จ๐˜จ๐˜ช๐˜ฐ uit Edam of Gouda.

De traditionele bergbeklimmerspot bestaat dan ook meestal uit polenta of brood metโ€ฆkaas. Of ze maken soep. Met kaas. Draderig, romig, stevig riekend naar natte sportschoenen met een snufje zout. Smakelijk.

In de bergen eten ze kaas van koeien, geiten en schapen (en soms van allemaal tegelijk). Met of zonder korst, met blauwgroene schimmels, angstaanjagende blauwe aderen en kraters zo diep als in de gletsjer. Kaas die smelt op je tong en ruikt als een klimmer na een week in het hooggebergte. Scherp, zout, romig, een beetje zoet en met de geur van beschimmelde aarde. Heerlijk in de soep.

De Fontina wordt alleen gemaakt in Valle d’Aosta, het Italiaanse deel van de Alpen. In elke hap proef je alpengras, bergklokjes en edelweiss. De basis voor traditionele gerechten, eeuwenlang doorgegeven van ๐˜ฏ๐˜ฐ๐˜ฏ๐˜ฏ๐˜ข tot ๐˜ฏ๐˜ช๐˜ฑ๐˜ฐ๐˜ต๐˜ฆ – met ingrediรซnten die elke arme boer of bergbeklimmer kan betalen.

Na een dag lopen of koeien hoeden, heb je wel trek in een stevige, warme soep. Die uit Cogne bijvoorbeeld: de ๐˜ด๐˜ฆ๐˜ถ๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ต๐˜ต๐˜ข ๐˜ฅ๐˜ฆ ๐˜Š๐˜ฐ๐˜จ๐˜ฏ๐˜ฆ. Gooi brood, Fontina, boter, bouillon en knoflook in een pan en je komt een heel eind.

Of je maakt een ๐˜ป๐˜ถ๐˜ฑ๐˜ฑ๐˜ข ๐˜ฅ๐˜ช ๐˜๐˜ข๐˜ญ๐˜ฑ๐˜ฆ๐˜ญ๐˜ญ๐˜ช๐˜ฏ๐˜ฆ. Dan maak je dezelfde armeluissoep uit Cogne, maar dan doe je er spek, groene kool, majoraan en bonenkruid bij. De zondagse variant zeg maar.

Eet de soep met je ogen dicht, en je waant je in de bergen. Of je zet de Sound of Music er bij aan, dan komt het helemaal goed.